Pasen, eieren en wat er kan ontstaan als je opnieuw durft te kijken

Pasen is een moment van nieuw leven. Van opnieuw beginnen. Van iets dat ogenschijnlijk stil lag, maar van binnen al in beweging was.

Misschien is daarom het ei wel het symbool van Pasen.

In één ei zit alles om een compleet levend wezen te bouwen. Alle bouwstoffen, vetten, eiwitten, micronutriënten en signaalstoffen die nodig zijn voor groei en ontwikkeling. Het is compact, compleet en verbluffend efficiënt.

Eieren zijn niet alleen een bron van hoogwaardige eiwitten, vetten, vitamines en mineralen. Wanneer je er systeemgericht naar kijkt, zie je iets nog fundamentelers: een voedingsmiddel dat naadloos aansluit op menselijke fysiologie. De eiwitten zijn licht verteerbaar en bevatten alle essentiële aminozuren (eiwitten). Dat maakt ze bijzonder geschikt voor herstel, enzymproductie en weefselopbouw, zeker in een lichaam dat uit balans is geraakt.

Dat brengt me bij een gesprek dat ik onlangs had. Zo’n gesprek dat je blik verschuift.

Iemand vertelde me dat ze zestien jaar veganistisch had geleefd. Bewust. Overtuigd. Gedreven door zorg voor dieren, gezondheid en de planeet. Nu eet ze volledig carnivoor. Niet als trend. Niet als experiment. Maar als een manier om te herstellen.

Dat roept vragen op. Want hoe kan iets wat jarenlang als gezond voelde, uiteindelijk bijdragen aan klachten? En hoe kan de weg terug via dierlijke voeding lopen?

Ze beschreef geen plotselinge ziekte, maar een langzaam proces. Vermoeidheid die erin sloop. Hormonale disbalans. Een lichaam dat steeds minder veerkracht had. Geen duidelijke diagnose. Wel een systeem dat stap voor stap uit evenwicht raakte.

De media wil ons doen geloven dat een goed samengesteld veganistisch dieet volwaardig kan zijn. Met aandacht voor vitamine B12 (niet aanwezig in planten), ijzer, omega-3 en eiwitten kun je misschien wel alle benodigde voedingsstoffen binnenkrijgen, maar of je lichaam daar echt alle voedingsstoffen uit kan halen is de vraag.

Vanuit een orthomoleculair en metabool perspectief wordt het interessanter.

Dierlijke voeding levert nutriënten in hun meest biologisch beschikbare vorm: alle essentiële eiwitten, (heem)ijzer, retinol (vitamine A), vitamine B12 en vetten die essentieel zijn voor celmembranen, hormonale regulatie en hersenen.

Wanneer deze nutriënten langdurig ontbreken - of minder efficiënt worden opgenomen, want afkomstig van planten - kan dat doorwerken op meerdere lagen:

  • (mitochondriale) energieproductie

  • hormonale balans

  • darmgezondheid en microbiële diversiteit

  • laaggradige ontsteking

  • herstelvermogen van weefsels

  • geheugen

Dat zijn geen processen die van de ene op de andere dag ontsporen. Het is een langzaam verschuivend evenwicht en soms merk je pas hoe ver je uit balans bent geraakt, wanneer je iets fundamenteels verandert. Voor haar was dat de stap naar een carnivoor voedingspatroon. Ze vertelde dat ze nu aan het herstellen is.

En zo kwamen we op eieren.

Niet alleen omdat ze voedzaam zijn, maar omdat ze iets vertegenwoordigen: compleetheid. Voor mensen met een kwetsbare darm, verminderde metabole flexibiliteit of een hoge behoefte aan herstel kunnen eieren een laagdrempelige, goed opneembare bron van voeding zijn.

Wat ook meespeelt, is de angst rondom cholesterol.

Jarenlang zijn eieren in een verdacht daglicht gezet. Terwijl cholesterol juist essentieel is voor opname van bepaalde vitaminen, hormoonproductie, celstructuur, hersenfunctie en galvorming. De relatie tussen voedingscholesterol en bloedcholesterol blijkt bovendien veel complexer dan eerder werd aangenomen. (Daarover lees je meer in mijn blog over cholesterol.)

Wat dit verhaal vooral laat zien, is dat gezondheid geen zwart-wit verhaal is.

Niet elk lichaam reageert hetzelfde. Niet elk voedingspatroon blijft op lange termijn passend. En wat ideologisch klopt, hoeft fysiologisch niet optimaal te zijn. Het gaat niet om gelijk krijgen. Het gaat om afstemmen. Luisteren naar signalen. Bijsturen wanneer nodig. En bereid zijn om opnieuw te kijken.

Misschien is dat wel de diepere laag van Pasen.

Dat iets nieuws niet ontstaat uit perfectie, maar uit verandering.

Dat herstel begint waar je oude overtuigingen los durft te laten.

En dat in iets kleins - zoals een ei - soms precies zit wat nodig is om (opnieuw) op te bouwen.