Mijn aanpak

 

 

Water

 

 

Koolhydraatarm

 

 

Cholesterol

 

 

 

Koolhydraten

Koolhydraten zijn organische moleculen die bestaan uit koolstof-, waterstof- en zuurstofatomen. Ze vormen een mogelijke energiebron voor het menselijk lichaam en komen in de voeding voor als suikers, zetmeel en vezels. Deze verschillende vormen hebben ieder een eigen structuur en daarmee ook een ander effect op de bloedsuikerspiegel en de stofwisseling.

Omzetten naar glucose

Binnen de koolhydraten vormen monosachariden de kleinste bouwstenen. Voorbeelden hiervan zijn glucose en fructose. Complexere koolhydraten, zoals zetmeel, bestaan uit lange ketens van deze kleinere suikermoleculen. Tijdens de vertering worden deze structuren afgebroken tot kleinere eenheden, uiteindelijk vooral tot glucose, dat via de darm in het bloed wordt opgenomen.

Glucose speelt een belangrijke rol in de energievoorziening. Het lichaam kan glucose gebruiken voor directe energieproductie of tijdelijk opslaan als glycogeen in lever en spieren. Wanneer er meer glucose aanwezig is dan nodig, kan het overschot worden omgezet in vet.

Afhankelijk van insuline

Om glucose vanuit het bloed beschikbaar te maken voor cellen, speelt insuline een regulerende rol. Insuline maakt opname van glucose in cellen mogelijk. Hoe goed dit verloopt, hangt af van de gevoeligheid van de cel voor insuline. Wanneer cellen goed reageren op insuline, kan glucose efficiënt worden gebruikt voor energieproductie. Wanneer die gevoeligheid afneemt, blijft glucose langer in het bloed aanwezig en ontstaat een situatie waarin er wel brandstof beschikbaar is, maar deze minder goed benut wordt.

Belangrijk hierbij is dat glucose niet uitsluitend uit voeding hoeft te komen. Het lichaam is in staat om zelf glucose aan te maken wanneer dat nodig is. Dit gebeurt onder andere via de lever. Koolhydraten zijn daarom geen essentiële voedingsstof in de zin dat ze per se gegeten moeten worden om glucose beschikbaar te hebben. Het lichaam beschikt over mechanismen om de bloedsuikerspiegel ook zonder directe inname van koolhydraten te reguleren.

Dat betekent niet dat koolhydraten per definitie problematisch zijn, maar wel dat de hoeveelheid en frequentie van inname van belang zijn. In de huidige voedingsomgeving en door de adviezen van het Voedingscentrum te volgen wordt het systeem continu aangesproken door frequente eetmomenten en een hoge inname van (geraffineerde) koolhydraten. Hierdoor stijgt de bloedsuiker regelmatig en moet het lichaam herhaaldelijk insuline produceren.

Insulineresistentie en diabetes

Wanneer dit langdurig gebeurt, kunnen cellen minder gevoelig worden voor insuline. Dit proces wordt insulineresistentie genoemd. In die situatie wordt glucose minder efficiënt opgenomen en blijft de bloedsuikerspiegel verhoogd. Het lichaam probeert dit te compenseren door meer insuline aan te maken, terwijl overtollige glucose tegelijkertijd wordt opgeslagen als vet.

Chronische insulineresistentie wordt gezien als een voorstadium van diabetes type 2. Naarmate cellen steeds minder gevoelig worden voor insuline, moet de alvleesklier steeds harder werken om de bloedsuiker onder controle te houden. Uiteindelijk kan het systeem uitgeput raken en ontstaat een situatie waarin glucose onvoldoende gereguleerd kan worden. Diabetes type 2 is daarmee geen plotselinge aandoening, maar meestal het eindstadium van een langdurig proces van ontregeling.

Het lichaam is uit balans

Een chronisch verhoogde insulinebelasting beïnvloedt meerdere systemen in het lichaam. Insuline remt de vetverbranding en stimuleert energieopslag. Daarnaast heeft een verstoorde bloedsuikerregulatie gevolgen voor processen die veel energie en grondstoffen vragen, zoals de bescherming van slijmvliezen en de regulatie van het immuunsysteem, maar ook je hersenen en geheugen. Wanneer de regulatie onder druk komt te staan, neemt de productie van beschermende stoffen af en krijgen ontstekingsprocessen en slijmvorming meer ruimte.

Vezels nemen binnen de koolhydraten een aparte positie in. Ze worden niet direct omgezet in glucose, maar dienen als voeding voor darmbacteriën. Deze bacteriën produceren vervolgens vetzuren die door bepaalde cellen als energiebron kunnen worden gebruikt. Wanneer je geen koolhydraten eet, gebruikt je lichaam vet als energiebron en maakt daarvan ook deze vetzuren.

En dat zorgt voor problemen

Samenvattend zijn koolhydraten dus één van de manieren waarop het lichaam aan glucose kan komen, maar niet de enige. Het lichaam beschikt zelf over systemen om glucose aan te maken en de energievoorziening stabiel te houden. Problemen ontstaan vooral wanneer het regulatiesysteem langdurig overbelast raakt door frequente en hoge glucose- en insulinepieken. Daardoor verschuift het lichaam steeds meer richting opslag en raakt de flexibiliteit van de energiehuishouding verstoord.


 

Lees ook de kennisdocumenten over fructose, lactose, sucrose en sacharose.